TAROT MAGAZINE

 

Redactie
Susan Gorel,
Schietbaanweg 14
7641 RS Wierden.


telf. 0546-573989 of
06 42 43 46 61
tarotmagazine@freeler.nl

 

 

 

    free counters
       Home | Artikelen | Boekbespreking | Overige mededelingen

Een stille tijd

Jan Ton


Een gemeenschappelijk thema in alle orakels en symboolsystemen is de beschrijving van de essentiële fasen van de levenscyclus. De vormen verschillen, maar het patroon is overal herkenbaar.

Op de kaart ‘Het Rad van Fortuin’ van de Visconti Tarot zie je op het draaiende rad vier figuren.
De opstijgende figuur zegt: 'Regnabo': ik zal regeren.
De figuur bovenop het rad zegt: 'Regno': ik regeer.
De dalende figuur aan de rechterkant van het rad zegt: 'Regnavi': ik heb geregeerd.
De figuur onderaan het rad zegt: 'Sum sine regno': ik heb niets om te regeren.

Ik herken er mijn levensloop in. Tot mijn 45e was de opgaande lijn overheersend. Alles stond in het teken van groei. Ik werd steeds beter in mijn vak. Meer kennis, meer beheersing, meer overzicht. Steeds maar verzamelen, vormgeven, creëren, zelf vorm aannemen. Een steeds groter wordend netwerk van contacten, kennissferen, interessegebieden. In de levenscyclus van het insect is het de fase van de rups of de larve die zich volvreet
.Rond mijn 45e (1996) was ik bovenop het rad. De groei had een hoogtepunt bereikt. In de Tjing staat zo’n heerlijk simpel zinnetje: als de zon op zijn hoogste punt staat, begint hij te dalen.

Achteraf is het altijd makkelijker om de tekenen des tijds te herkennen. Mijn bewuste ik was nog volop aan het werk, mijn hoofd zat vol plannen, in mijn sociale netwerk zinderde het van activiteit en beweging die opriep tot beweging.
In die tijd lukte het ineens niet meer om (nog meer) boeken te lezen. Ik kon me niet langer dan een paar pagina’s lang concentreren. Toen ben ik sprookjes gaan lezen en Japanse haiku’s. Eén tegelijk en die steeds weer opnieuw lezen. Eindelijk kon ik de discipline opbrengen om van Tai Chi een dagelijkse oefening te maken. In de tuin leefde ik me uit met vijvers en metselwerken.
Mijn ziel hongerde niet langer naar méér, maar naar minder, kleiner, eenvoudiger. Mijn hoofd zat overvol en mijn lichaam, dat dat hoofd moest dragen, verlangde naar traagheid en harmonie met de natuur. Mijn voeten begonnen letterlijk hun veerkracht te verliezen. Ze konden mijn psychische en mentale overgewicht niet meer dragen, hoewel ik toch mager genoeg was. Ik kreeg last van de alsmaar rinkelende telefoon, mensen die mijn aandacht vroegen. Ik kon minder ruimte en aandacht aan anderen geven, omdat ik meer voor mezelf nodig had. Mijn vader stierf in 1996, de eerste in ons gezin. Daarna ging het snel. We waren met acht, nu nog met drie.
Ik hoorde ergens de levenswijsheid dat je in de eerste helft van je leven alles voor niets krijgt en dat je in de tweede helft alles moeizaam moet veroveren. Alsof je dan tegen de stroom van het leven in moet gaan. De sturing wordt minder gevoed door de buitenwereld en moet meer van binnenuit komen. In de tarotwereld was een enorme groei gaande, waar ikzelf het mijne aan had bijgedragen, maar ik zocht niet naar nóg meer cursisten en belangstellenden. Ik wilde juist verdieping. Ik nam een sabbatsjaar om 'De Levende Tarot' te schrijven. Het aantal cursisten is sindsdien afgenomen, maar de kwaliteit is verdiept. Mijn methodiek is versimpeld. Ik raadpleeg minder vaak de orakels. Mijn consulten zijn eenvoudiger en directer geworden dichter bij het leven en met minder pretenties.
In 1999 bleek dat mijn liefste Gerry de ziekte van Crohn had. Dat versterkte de tendens die er al was. We moesten verder inkrimpen en versimpelen. Nu mijn energiepeil door de ziekte van Lyme (die is door bloedonderzoek begin 2007 geconstateerd, maar waarschijnlijk al jaren aanwezig) drastisch is verlaagd, voel ik me regelmatig als de figuur onderaan het rad, die 'niets' heeft om te regeren.

Daar ligt ie dan, onder het paard van 'De Dood' in de Rider-Waite Tarot: de koning met zijn hermelijnen mantel. Zijn kroon is van zijn hoofd gevallen, hij is het eerste en meest onvermijdelijke slachtoffer. In jungiaanse termen: zolang het ego zich almachtig waant, kunnen de meest subtiele stemmen van het innerlijke kind en de innerlijke wijze ziel niet worden gehoord. Je moet kunnen toegeven, dat je met alles wat je weet en hebt geleerd, toch niet wijs genoeg bent om werkelijk te weten wat goed voor je is, wat je ziel vervulling geeft. Inzien dat zelfs de verwerkelijking van je hoogste ideaal nog geen garantie is voor zielenrust of vrede met jezelf en de wereld zoals die is. In de opgaande beweging van het rad kun je nog denken en vertrouwen dat het leven maakbaar is, dat je het wel zult redden met de juiste positieve gedachten. De koning die niets meer te regeren heeft, moet erkennen dat zijn macht beperkt is, dat wat hij zag als juiste en goede gedachten en wensen en plannen deel uitmaken van het probleem in plaats van de oplossing.
n de mythen en sprookjes van de held is het de fase dat de held tegenover een onneembare hindernis staat. Zijn tegenstander is te sterk, de kloof te breed, het gezochte blijkt onvindbaar. Persoonlijke tekortkomingen komen aan het licht, die hij niet te boven kan komen.

De hulpbronnen zijn uitgeput.
In de I Tjing heb je het hexagram ‘de Hindernis’. Als de hindernis te groot blijkt, moet je kunnen stilstaan en wachten. Er moet iets in jezélf veranderen, vóór je de aard van de hindernis kunt onderkennen. Dan zal blijken dat de hindernis niet zomaar een wreed lot is dat je overkomt, maar een weg tot zelfkennis, zelfs tot het inzicht dat je zelf hebt meegeholpen om de hindernis op te werpen.
Door de ziekte van Lyme moet ik meestal ’s middags een poosje rusten. In het begin ervoer ik dat als een hindernis. Het was verloren tijd, een verlies aan kansen en mogelijkheden. Maar ja, ik had geen keus. Als ik ging liggen hoorde ik in mijn hoofd luide stemmen, die me vertelden wat ik allemaal nog moest en wilde doen. Omdat ik moest toegeven, dat ik objectief niet in staat was om aan die stemmen gehoor te geven, kon ik uiteindelijk voor het eerst in mijn leven echt objectief staan tegenover die stemmen. Mijn wensen, mijn ambities, mijn behoeften om aan wensen en verwachtingen van anderen te voldoen: ze kwamen allemaal in een ander licht te staan. Ze verloren misschien niet hun waarde of belangrijkheid, maar ik wist overduidelijk dat ze nu geen helpende rol speelden in wat ik nodig had. Het was niet langer genoeg om te weten wie ik wilde zijn. Wie was ikzelf eigenlijk? Ik kon het niet meer bedenken. Heel langzaam groeide de stilte. De stemmen kwamen tot rust. De rups is een pop geworden. Bewegingsloos, het contact met de buitenwereld valt weg, de tijd lijkt stil te staan.
De beschrijving van Jung van de transformatie van de vier elementen kan ik goed herkennen. Ik ben in de eerste plaats een luchttype: daarmee heb ik de top van het rad gehaald. Op de top van het rad begon het element aarde vooral via mijn lichaam de leidende rol over te nemen, of ik dat nu wilde of niet. Achteraf gezien: mijn bewuste ik, lucht, beleefde in het begin vooral weerstand en verwarring. Ik kon er (nog) niet bewust voor kiezen. Mijn ziel wilde het wel. Die verlangde naar rust en eenvoud en een natuurlijk ritme. Ik kon niet meer groeien door kennis of inzicht, maar door geduldig te ervaren. Niet ergens te willen aankomen, maar te zijn waar ik ben. Daar is de zegening, die ik niet kan afroepen. Ik kan het niet zoeken of creëren door gedachten; ik vind het als het stil wordt van binnen, daar waar ik ben en vaak in hele kleine, onverwachte dingen.
Volgens Jung mag ik weer een omslagpunt verwachten als mijn dominante element lucht heeft geleerd om te luisteren naar (en zich te laten voeden door) de andere elementen die de aandacht vragen. Dan is er weer een nieuwe integratie mogelijk.
Onderaan het rad is er wederom een omslagpunt. De oude koning sterft en maakt plaats voor de nieuwe koning. De pop komt uit en de vlinder ontvouwt zich naar het licht van de zon. De held krijgt op het hoogtepunt van de moeilijkheden bovennatuurlijke hulp.

Een paar dagen geleden ontving ik van Roos van der Heijden, een oud-cursist, volkomen onverwacht een brief met een gedicht van John O'Donohue. Dank je wel Roos! Ik ben zo vrij om dat gedicht hier weer te geven en jullie allemaal zegening en troost toe te wensen.

Moge op de dag waarop
de zware last op uw schouders
u heeft afgemat
en u struikelt,
de stof dansen
om u evenwicht te geven.
En moge, als uw ogen
bevriezen achter
het grauwe venster
en de schim van verlies
bij u binnenkomt,
een menigte kleuren
indigo, rood, groen
en azuurblauw,
in u een weide van verrukking
scheppen.

in de boot der gedachten
en de oceaan zich onder u
zwart kleurt,
moge er dan over de wateren
een pad van gulden maanlicht komen
om u veilig thuis te brengen.
Moge de koestering van de aarde er voor u zijn
Moge de helderheid van het licht er voor u zijn
Moge de beweging van de oceaan er voor u zijn
Moge de bescherming van de voorouders er voor u zijn.
En moge een zachte wind
deze woorden van liefde
om u heen blazen,
als een onzichtbare mantel
om uw leven te behoeden.

John O'Donohue

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
      Home
| Artikelen | Boekbespreking | Overige mededelingen

2009 Caja