TAROT MAGAZINE

 

Redactie
Susan Gorel,
Schietbaanweg 14
7641 RS Wierden.


telf. 0546-573989 of
06 42 43 46 61
tarotmagazine@freeler.nl

 

 

 

    free counters
       Home | Artikelen | Boekbespreking | Overige mededelingen

Overdracht en tegenoverdracht

(Jos Kok)


WAT IS OVERDRACHT.

Overdracht betekent dat je beelden en emoties vanuit het verleden overdraagt van de ene situatie op de andere, en dat kan zowel positief als negatief zijn, met andere woorden:
Positieve overdracht is de projectie van een reddersbeeld, bijvoorbeeld de ideale vader of moeder en bestaan uit prettige emoties, als: aandacht, volledige acceptatie, veiligheid, zorg, waardering, bewondering.
Negatieve overdracht is de negatieve verschijningsvorm van ouders of autoriteiten en bestaan uit onprettige emoties als: angst, afwijzing, vernedering, eenzaamheid, woede, verlatenheid, etc. Vaak heeft de volwassene nog een onvolgroeid kind-deel in zichzelf en als dat deel wat hem/ haar in het verleden pijn is gedaan, in het heden wordt aangeraakt, worden de onprettige emoties bij de therapeut geuit.

POSITIEVE OVERDRACHT.

Als een cliënt in therapie komt en hij wordt door de therapeut respectvol behandeld, krijgt hij vanaf dat moment iets waarnaar hij altijd al heeft gezocht: bevestiging van zijn / haar gevoelens, aandacht, zorg, veiligheid etc. Eindelijk is er iemand die hem kan vertellen en laten herbeleven hoe de zaken nu echt in elkaar steken. Hij begint te beseffen dat er meer is tussen hemel en aarde en hij is dankbaar dat de therapeut hem daarbij wil helpen. Hij ervaart eindelijk iets waarnaar hij altijd al verlangd had en er gebeurt dus iets belangrijks met hem. Op dat moment kan de cliënt gaan idealiseren, doordat hij zijn innerlijke redderbeelden op de therapeut gaat projecteren. Vanaf dat moment is hij afhankelijk, omdat hij zijn 'redders' voor zich ziet staan. Anders gezegd: omdat hij innerlijk vervuld is van gevoelens van dankbaarheid, bewondering, blijdschap en dergelijke ziet hij buiten zich personen verschijnen die die emoties rechtvaardigen. Hij ziet een ideale vader en/ of moeder! In psychotherapeutische termen heet dit: hij zit in de overdracht.

NEGATIEVE OVERDRACHT.

Als een cliënt in de negatieve overdracht zit, hoort, ziet of voelt hij dingen die er niet of nauwelijks zijn. Hij reageert overgevoelig en hij tovert zijn reacties soms 'onterecht' uit zijn emotionele opslag te voorschijn. Als een therapeut constateert dat zijn cliënt in een negatieve overdracht zit, kan hij heel goed gelijk hebben, maar de vraag is wel hoe de therapeut met zijn gelijk omgaat.

In de praktijk kan een strenge therapeut een verwijt van zijn cliënt (ontstaan vanuit negatieve overdracht) ogenblikkelijk van de hand wijzen. Hij staat dan absoluut niet open voor de gevoelens van zijn cliënt en kaatst alles wat degene te berde brengt terug. Dit kan hij doen door te zeggen: "Hoe kom je daar nu bij" of "Je zit in de overdracht" of "Je zit in de weerstand" en verwijt op deze manier de cliënt zijn gedrag/ houding/ gevoelens. Goed beschouwd zegt de therapeut: "Kijk naar jezélf, met mij is niets mis, want jij moet aan jezelf werken!".
En dit is nu precies waarvoor de cliënt in therapie kwam. De cliënt is kwaad en of dat nu op de therapeut is of niet, maakt natuurlijk niet uit. Uitgezocht moet worden waar in het verleden dit eerder heeft gespeeld en waar die woede vandaan komt, het gaat om het oplossen van het conflict.

Illustratie van een negatief overdracht verhaal uit mijn eigen praktijk.
Kees ging sinds twee jaar, éénmaal per week in groepstherapie en boekte voor zijn gevoel geen enkele vooruitgang, sterker nog, hij voelde zich meer slachtoffer dan ooit. De reden dat hij in groepstherapie ging, was dat hij zich verbaal niet goed kon uiten, een minderwaardigheidscomplex had, omdat hij voor een deel invalide was en in zijn jeugd vaak gepest werd. Het was de bedoeling dat hij zich beter leerde uiten, zowel fysiek, emotioneel als mentaal, maar op het moment dat hij zijn mond open deed en zijn gevoelens uitte, kreeg hij een aantal mensen over zich heen, die in opdracht van de therapeut hem konden vertellen wat ze van hem vonden en het volgende werd dan tegen hem gezegd: "Je zou eerst eens na moeten denken voordat je wat zegt, want je vertelt wel een erg onsamenhangend verhaal. Je probeert heel aardig over te komen, maar je irriteert mij, je gedraagt je zielig. Wat wil je nou eigenlijk zeggen, je gedraagt je als een slachtoffer".
Hij begreep in het begin absoluut niet wat hem overkwam, maar volgens de therapeut kon hij beter in de groep blijven, omdat hij moest leren communiceren. Hij bleef in de groep en iedere keer probeerde hij opnieuw zijn gevoelens, gedachten, emoties onder woorden te brengen, maar wat hij ook probeerde, de kritiek bleef komen. Voor zijn gevoel deed hij het nooit goed (wat natuurlijk weer met het verleden te maken had). Op een gegeven moment barstte hij in tranen uit, maar ook dit had volgens de groep te maken met: je aanstellen. De keer daarop was hij het zat, schold iedereen uit, maar kreeg toen een scheldkanonnade van de groep over zich heen en heeft toen tijdenlang zijn mond gehouden. Dit was ook niet goed want toen vonden ze hem weer een slapjanus.
Op dat moment besloot hij dat groeps-therapie niets voor hem was.
De groepsleider vond echter dat hij naast groepstherapie ook individuele therapie moest volgen en dat het dan een stuk beter met hem zou gaan. Na twee jaar hield hij het voor gezien en trok zich terug uit de individuele- en groepstherapie.
Hij voelde zich bedrogen, verraden, afgewezen, in de steek gelaten en begreep eigenlijk absoluut niet wat er in de groep gebeurde en wat de bedoeling er eigenlijk van was. Hij had het gevoel dat mensen zich op hem afreageerden, net zoals dat vroeger gebeurde. Ruzies in de groep werden niet goed uitgesproken en hij ging altijd met een vervelend gevoel naar huis. Als hij de week daarop weer in de groep plaatsnam, dorst hij zijn onvrede niet te uiten en ging conflicten uit de weg. Vaak deed hij alsof het goed met hem ging. Hij ging hoe langer hoe meer de groep in de gaten houden en reageerde alleen nog maar op wat van hem verlangd werd, maar zijn emoties en gevoelens hield hij voor zichzelf.
Op een gegeven moment had hij iets gelezen over overdracht en tegenoverdracht en begon toen terug te roepen dat dit alles over degene zelf zei die hem uitschold. De therapeut begon zich ermee te bemoeien en op dat moment kreeg hij het ware gezicht van de therapeut te zien, die hier niet mee om wist te gaan en hem een uitbrander gaf. Op dat moment hield hij de therapie voor gezien, omdat hij begreep dat de therapeut zelf in de overdracht schoot en zag hoe hij zijn eigen woede op hem projecteerde.
De voor hem zo belangrijke therapeut, die hij zag als een helper, iemand die hem van zijn problemen af kon helpen en die hij geïdealiseerd had, viel door de mand. Op dat moment begreep hij dat hij in hem de ideale vader had geprojecteerd, maar dat dit geen werkelijkheid was.

TEGENOVERDRACHT.

Tegenoverdracht is de overdracht van de therapeut. De therapeut lijdt aan precies dezelfde 'gebreken' als zijn cliënt, want de therapeut kan net als zijn cliënt streng en / of liefdeloos zijn opgevoed. Hij kan zich net zo ver-nederd of gekwetst hebben gevoeld, of net zo het idee hebben dat zijn ouders hem indertijd niet zagen of in de steek lieten. Wanneer de therapeut deze pijn hierover niet (goed) verwerkt heeft, zal in hem op precies dezelfde manier als in de cliënt een 'innerlijk kind' bestaan, dat nog steeds pijn heeft over zijn gevoelens en behoefte hebben aan liefde, zorg, aandacht, waardering en erkenning.
Er is alleen een verschil wat betreft de behoefte aan inzicht. Inzicht heeft de therapeut inmiddels wel opgedaan door middel van studie, leertherapie, cursussen en dergelijke. Het zijn vooral aandacht, waardering en erkenning, waar de therapeut behoefte aan heeft en zo verschillen de cliënt en de therapeut niet van elkaar.

Als de therapeute haar behoefte aan liefde, warmte, aandacht, waardering etc. niet in voldoende mate in het dagelijks leven vervuld ziet omdat zij bijvoorbeeld - net als de cliënt - niet in haar familie of vriendenkring terecht kan, zal zij proberen haar behoefte te bevredigen door binnen de hulp-relatie de cliënt zoveel mogelijk respect en waardering af te troggelen.
De cliënt geeft de therapeute dus iets waar zij sinds haar prille jeugd misschien al naar heeft verlangd: waardering en erkenning. Eindelijk wordt het kind in de therapeute gevoed en die voelt zich eindelijk erkend.
Zoals het kind in de cliënt ging projecteren, zo gaat dit kind ook in de therapeute projecteren. De therapeute ziet eindelijk iemand voor zich die haar op waarde schat: een cliënt die haar waardeert, die erkent dat zij goed is en die vindt dat zij goed werk levert.
Zag de cliënt een ideale therapeute voor zich toen hij in de overdracht schoot, de therapeute ziet op dit moment een ideale cliënt voor zich! Dat wil zeggen: de therapeute schiet in de 'positieve overdracht'. En omdat zij de therapeute is, wordt dit tegenoverdracht genoemd.

Jos Kok is hypnotherapeute en kosmologe met een eigen praktijk in Den Haag

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
      Home
| Artikelen | Boekbespreking | Overige mededelingen

2009 Caja