Het kindje van Maria
(Marjan doorn)
Het vrij onbekende sprookje 'Het kindje van Maria' (Grimm's 'Marienkind' 1812 ) toont verwantschap met Blauwbaard. In beide verhalen gaat het over het overtreden van een verbod.
Blauwbaard ,een raadselachtige man met een blauwe baard verbiedt zijn bruid een deur in zijn burcht te openen. In het sprookje 'Het kindje van Maria'verbiedt de Maagd Maria een meisje de dertiende deur in haar hemelwoning te openen. Het is een ongewoon en mystiek sprookje dat zich in een niet gekende wereld afspeelt. Misschien is dat de reden dat het sprookje zo weinig bekend is. Door de grote verwantschap met Blauwbaard fascineert het mij en ook deze keer heb ik geprobeerd er een verklaring aan te geven waarin behalve de Tarot ook iets van mijn liefde voor muziek en poëzie doorklinkt. Maar eerst het sprookje in een eigen vertaling.
In een groot bos leefde een houthakker met zijn vrouw en enig kind, een meisje van drie jaar. Zij waren zo arm dat zij geen dagelijks brood meer hadden en niet meer wisten hoe zij het kind nog te eten moesten geven. Vol zorg ging de houthakker in het bos aan het werk. Opeens stond daar een mooie, grote vrouw getooid met een kroon met sterren : 'Ik ben de Maagd Maria, de moeder van het Jezuskind, geef mij je kind, ik zal als een moeder voor haar zorgen'. De houthakker gehoorzaamde en gaf het meisje aan Maria die het meenam naar de hemel. Daar kreeg het kind zoete melk en suikerbrood, haar kleertjes waren van goud en het speelde met de engelen. Toen het meisje 14 jaar in de hemel was ging Maria op reis. Voor zij wegging riep ze het meisje bij zich en gaf haar de dertien sleutels van het hemelrijk . 'Twaalf sleutels mag je gebruiken om de deuren te openen, de dertiende deur, waar dit kleine sleuteltje op past mag je niet openen'. Het meisje gehoorzaamde Maria en opende elke dag één deur in de hemelwoning. In iedere kamer zag zij een apostel in zoveel licht en pracht als ze niet eerder gezien had. Tenslotte kon ze haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en opende de 13e deur. Daar zag ze in vuur en glans de heilige Drie-Eenheid. Na een voorzichtige aanraking was haar vinger bedekt met een goudglans die er niet meer afging.
Bij de thuiskomst van Maria loog ze tot twee keer toe ,maar wel met bonzend hart, dat ze de verboden deur niet geopend had. Maria zag het goud aan haar vinger en wist dat ze niet de waarheid sprak. Daarop verbood ze het meisje nog langer in de hemel te verblijven. Het meisje viel in een diepe slaap, werd tenslotte wakker in het bos onder een hoge boom en kon niet meer spreken. Ze woonde in een hol en voedde zich met wortels en bessen. Zo gingen seizoenen voorbij totdat in het voorjaar een koning, die op de jacht de weg was kwijt geraakt , haar zag zitten. Op zijn vraag of ze met hem mee wilde gaan kon ze hem niet antwoorden, toch zette hij haar voor op zijn paard en reed met haar naar huis. Hij trouwde met haar en na een jaar schonk zij hem een zoon. In de nacht verscheen de Maagd Maria aan haar : 'geef je nu toe dat je de verboden deur geopend hebt ?' De jonge koningin gaf het niet toe en moest toezien hoe Maria haar kind meenam.
Opnieuw werd er een jongetje geboren, weer verscheen Maria met dezelfde vraag en nam na een ontkennend antwoord ook dit kind mee. Ook een pas geboren prinsesje trof hetzelfde lot omdat de jonge koningin nog steeds weigerde haar overtreding toe te geven.
In het hele land werd beweerd dat de jonge koningin een mensen-eter was en omdat zij stom was kon zij zich niet verdedigen. Zij werd veroordeeld op de brandstapel te sterven en toen zij daar zo vastgebonden stond dacht zij : ' nu ik toch moet sterven zou ik de Maagd Maria graag nog zeggen dat ik de verboden deur open gedaan heb !' Op dat moment ging de hemel open en verscheen Maria met aan beide zijden een kindje en het jongste kind op haar arm. 'Nu je de waarheid gesproken hebt is je je schuld vergeven'. Het vuur ging vanzelf uit, Maria gaf haar haar spraak kwam terug, reikte haar de drie kinderen aan en schonk haar geluk in haar leven.
Uitwerking met Tarotkaarten.
Net als in Blauwbaard wordt er in dit sprookje gesproken over deuren waarvan er één niet geopend mag worden. In Blauwbaard wordt het aantal deuren niet genoemd, behalve dan in de opera van Bartok waar in het libretto gesproken wordt over 7 deuren.
We komen net als in Doornroosje de getallen 12 en 13 tegen. In Doornroosje komen 12 feeën op het geboortefeest, de 13e fee komt onuitgenodigd en spreekt een vloek uit. Het getal 12 staat voor volheid en heelheid, het getal 13 brengt verandering en onrust.
Het sprookje 'Marienkind' vertelt over een vader en moeder die, arm als zij zijn, hun enig kind van 3 jaar geen dagelijks brood meer kunnen geven . De vader en moeder zijn ook nu weer de hemelse vader en moeder, kaart I en II , de oergrond van waaruit wij leven.
Het innerlijk kind, kaart O De Dwaas is 3 jaar. Net als bij de 100jarige slaap van Doornroosje moet dit getal niet letterlijk genomen worden het is een symbolisch getal.
Het getal 3 staat voor opdracht-werk-voleinding; we zien in 'Marienkind' dat de mensenziel heeft gewerkt aan de opdracht maar de voleinding nog niet kan volbrengen. 'De vader had geen dagelijks brood meer 'heet het dan ook in het sprookje. En dat doet denken aan de zin uit Het Onze Vader , het gebed dat Jezus zijn discipelen leerde, waarin de zin staat :
'Geef ons heden ons dagelijks brood'. Het dagelijks brood moet waarschijnlijk ook hier overdrachtelijk opgevat worden ,als geestelijk voedsel. De Maagd Maria komt te hulp en haalt de jonge ziel naar haar woongebied voor verdere geestelijkegroei.
Zij is Moeder Natuur, kaart III ,getooid met hemelse sterren , de lijfelijke moeder van het Christuskind. Om haar lessen te leren krijgt de ziel (net als het meisje dat werkt voor Vrouw Holle) een kans te groeien in haar ontwikkeling.
 |
|
 |
Na veertien jaar, het getal van een doorbrekend bewustzijn, gaat Maria op reis.
'Op reis gaan', is een beeld dat in veel sprookjes gebruikt wordt om aan te geven dat er een kentering op komst is. Bij het op reis gaan hoort een opdracht voor de thuisblijver, in dit geval verbindt Maria aan het gebruik van de sleutels een verbod. Zoals we in 'Blauwbaard' zagen staan sleutels symbool voor toegang krijgen tot ongekende gebieden. Het zijn twaalf sleutels , het getal van heelheid, ze geven toegang tot de kamers van de ziel. Er zijn 12 bekende aspecten van de ziel te zien in de kamers, symbool voor de zodiacale tekens. Ze worden verbeeld door apostelen, gezeten in een helder licht en ze roepen geen schrikreactie op.
Voor de gelovige mens uit de 19e eeuw, de eeuw waarin de gebroeders Grimm het sprookje optekenden, had elke apostel een betekenis in het dagelijks leven. Elke apostel werd afgebeeld met een voorwerp dat kenmerkend was voor zijn levensgeschiedenis. De gelovige mens kon hem aanroepen in tijden van nood of hem danken voor de geboden hulp.
We zien het in kerken en kapellen in zuidelijke landen waar de dank van de gelovige aan de heilige apostel op een ex -voto vermeld wordt.
| Naam Apostel: |
Attribuut: |
| Petrus |
sleutel, boek |
| Andreas |
kruis |
| Jacobus Major |
pelgrimsstaf, schelp |
| Johannes |
kelk |
| Philippus |
zwaard, lans |
| Bartholomeus |
mes, afgestroopte huid |
| Thomas |
zwaard, winkelhaak |
| Mattheus |
mens, engel |
| Jacobus Minor |
knots, zaag, palm |
| Thaddeus |
knots, boot, schip |
| Simon |
zaag |
| Matthias |
? |
( Op dit schilderij van Giotto di Bondone (1266-1337), te zien in een museum in München zien we Johannes als de meest geliefde leerling van Jezus en liggend aan zijn borst.
Alle apostelen hebben een aureool om het hoofd, behalve Judas die Jezus verraden heeft.
Na het verraad van Jezus werd Judas vervangen door Matthias)
Maar dan is er de 13e deur...... de zoekende ziel maakt de verboden deur tenslotte open. Hiermee wordt aangegeven dat alleen een daad die geestelijke grenzen overschrijdt kan leiden tot innerlijke groei. In het volksverhaal wordt gebruik gemaakt van een beeld dat voor iedere Christen bekend maar ook huiveringwekkend was : het beeld van de Drie-Eenheid. Wat er te zien is, is niet in woorden te vatten. Het is een beeld 'vol goud', en nadat het beeld even aangeraakt is moet de deur weer dicht . De ziel heeft in een flits gezien wat haar bestemming zou kunnen zijn: heelheid en evenwicht door innerlijke groei.
Het beeld van de Drie-Eeenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) hoort tot het mysterie van het Christendom en is niet in woorden te vatten.
Daar voor ieder mens de bestemming zeer persoonlijk is geef ik hier geen suggestie voor een Tarotkaart om zo het mysterie niet te verbreken.
De ziel heeft wel weet van haar hogere bestemming maar kan het nog niet aanvaarden en kan het zeker niet onder woorden brengen. En zo komt het dat er geen antwoord komt op de vraag of de nieuwe werkelijkheid aanschouwd is, ook al draagt de ziel reeds het merkteken in de vorm van de gouden vinger. Het meisje is letterlijk 'met stomheid geslagen'.
Ik denk hierbij aan het Duitse koraal'O Ewigkeit, O Donnerwort' dat Joh. Seb. Bach (1685-1750) meerdere malen gebruikte in zijn composities. In 1723 schonk hij zijn tweede vrouw Anna Magdalena een mooi ingebonden 'Klavierbüchlein', waarin niet alleen hijzelf maar ook Anna Magdalena en enige van de kinderen korte werken voor clavecimbel en zang schreven. Naar de gewoonte van die tijd eindigt het boek met een aria en een koraal betreffende dood en eeuwigheid waarin in de tekst tot uiting komt dat sommige dingen te groot zijn om te verwoorden.
| O Ewigkeit, o Donnerwort |
O Eeuwigheid, o huiveringwekkend woord |
| O Schwert das durch die Seele bohrt, |
O zwaard dat door de ziele boort |
| O Anfang ohne Ende. |
O begin zonder einde. |
| O Ewigkeit , Zeit ohne Zeit, |
O Eeuwigheid , o eindeloze tijd |
| Ich weisz vor grosser Traurigkeit |
Ik weet door grote droefheid |
| Nicht wo ich mich hinwende. |
Niet, waarheen ik mij wenden zal. |
| Mein ganz erschroknes Herze bebt, |
Mijn geschokt hart beeft |
| Dasz mir die Zung am Gaumen klebt. |
Zodat mijn tong aan mijn gehemelte kleeft. |
Het meisje, de onvolgroeide ziel, kan verder leven maar wel 'gehandicapt'. Stom, letterlijk sprakeloos zit zij in haar (levens)bos, zittend in een hol en in afzondering. Haar mannelijke pool, de koning van haar ziel vindt haar, neemt haar mee en sluit met haar een huwelijk. Mannelijke en vrouwelijke pool worden nu een eenheid en er is een creatieve groei door de geboorte van 3 kinderen. Maar nog steeds is er geen innerlijke moed om de tot erkenning van de werkelijke opdracht te komen. Haar creativiteit, gesymboliseerd door de kinderen raakt ze daardoor kwijt. Nog steeds kan ze niet spreken als Maria, de kern van haar wezen, vraagt wat ze in een flits gezien heeft van haar werkelijke levensdoel. Alles in haar zegt dat ze verkeerd bezig is maar ze kan het niet verwoorden. Men noemt haar zelfs een mensen-eter, ze is een moordenares van haar eigen wezen. Pas als de grond letterlijk te heet wordt onder haar voeten, als ze de dood onder ogen ziet en denkt dat erger dan deze leegte het nooit kan worden ,treedt er een kentering in. Het denken en het erkennen ervan is al genoeg, de creativiteit komt terug (de kinderen) en ze herkrijgt haar spraak. De ziel heeft kunnen benoemen wat werkelijk van waarde is. Al eerder zagen we hetzelfde thema in de naamgeving van Repelsteeltje. Mannelijke en vrouwelijke pool worden weer herenigd waardoor een evenwichtig en gelukkig leven mogelijk is.
Tarotlegging :
- Schud eerst de Grote Arcanakaarten en leg blind één kaart omgekeerd op het middelpunt van de cirkel.
- Kies daarna een kaart om de deur te openen naar het binnenste van de cirkel waar de Grote Arcanakaart ligt. Dat kan via :
- Petrus, de apostel die de 'rots 'werd genoemd waarop de kerk gebouwd is (Aas Pentagrammen)
- Johannes, de meest geliefde apostel, vaak afgebeeld met een kelk (Aas Bokalen)
- Thomas, de ongelovige, voor wie de ratio zo belangrijk was (Aas Zwaarden)
- Jacobus Major, de pelgrim (Aas Staven)
- Pas daarna kijk je wat de Grote Arcanakaart in de binneste cirkel je te zeggen heeft.
- Verbind de kaart waarmee je binnenkwam met het geheim van de kaart in de cirkel.

Hoe zou ik uw adem ontkomen
Waarheen vluchten voor uw aangezicht?
Beklim ik de hemel, daar zijt Gij
Daal ik af in de aarde, daar vind ik U ook.
Uit: Psalm 139 vert. Huub Oosterhuis.
Kaarten : Oswald Wirth
|